![]() |
![]() |
![]() |
|
Geschiedenis De eerste bewoners De eerste bewoners (bezoekers) van de streek van Eesveen waren rendierjagers uit het Mesolithicum. Toendra-achtige gebieden met bossen en uitgestrekte hoogvenen bepaalden destijds het landschap. Vanaf zo'n 300 voor Christus gingen de mensen landbouw en later ook veeteelt bedrijven. Vanaf deze periode is al ontbossing bekend en beïnvloedde de mens het landschap, waarbij o.a. bosweiden ontstonden. Omstreeks 1400 werd de schapenhouderij geïntroduceerd en ontstond op de middelhoge zandgronden langzamerhand het heide-potstalsysteem. Heide was destijds een waardevol bezit omdat daar plaggen konden worden gestoken die vermengd met schapenmest uit de stal op de essen rond de dorpen werden gedeponeerd, waar de eerste grote landbouwcomplexen ontstonden. Pas met de introductie van kunstmest aan het einde van de 19e eeuw verloor de heide z'n waarde voor de landbouw. Open boslandschap Op de hogere delen van het landschap, waartoe ook een deel van de Eese behoort, waren tot de vroege Middeleeuwen rijke bossen met eik en linde aanwezig. Hier ontstond een open boslandschap, waar beweiding met vee plaatsvond. Vanaf 1500 werden de bossen steeds meer geëxploiteerd en degradeerden zij naar een type bos met steeds meer eik, dat beter tegen begrazing bestand was en eikels leverden voor de varkens. Door overexploitatie (begrazing en houtoogst) werden al heel vroeg in de geschiedenis wettelijke maatregelen genomen om bossen veilig te stellen. Heerlijkheid de Eese De eerste bewoning op de Eese was volgens oude geschriften aanwezig in de twaalfde of dertiende eeuw, maar daarover bestaat geen duidelijkheid. In 1241 wordt ridder Bernard van de Eeze in de geschriften genoemd. In 1371 werd de Eese (destijds de Eeze) als havezathe beschreven. Een havezathe was in de zeventiende en achttiende eeuw een term voor hofstede, hof of hoeve. Uit deze havezathe is rond 1400 de 'Heerlijkheid Eese’ voortgekomen. Deze 'Heerlijkheid' hield in dat men zelfstandig recht mocht spreken, los van het centrale gezag in Steenwijk. Dit recht of overheidsgezag had men in leen van de landvorst, de graaf of de hertog. Later ging 'Heerlijkheid' ook het gebied aanduiden waarover het gezag zich uitstrekte. In 1443 kreeg de Heerlijkheid de Eese het recht een wapen te voeren.. De Eese was toen een bescheiden gehucht, van een esachtig type met enkele huizen. Het nabijgelegen dorp Eesveen is vanuit de Eese gesticht doordat de boeren zich in de veertiende eeuw afscheiden van de Heerlijkheid. Conflicten In de eeuwen daarna ontstonden ruzies en zich eindeloos voortslepende processen over de concrete grenzen tussen boeren uit Nijensleek enerzijds en de vrouwe van de Eese en de boeren van Eesveen anderzijds. Uiteindelijk groeide de ruzie uit tot een grensconflict tussen Drenthe en Overijssel. De ruzies gingen niet alleen over de grens maar ook over water. Zowel over wateroverlast als watertekort wanneer men de gronden wilde bevloeien. Met name de nog steeds bestaande Giersloot werd regelmatig afgedamd en vervolgens door de andere partij juist weer doorstoken. De grensgeschillen zijn in 1600 opgelost. Het geharrewar over het water, soms uitlopend op onderlinge gevechten, bleef aan de orde. In 1621 ontstonden geschillen over turfwinning, destijds een belangrijke economische inkomstenbron aan de randen van de Eese. Pas in 1683 werden al deze geschillen opgelost. De eigenaren van de Eese hadden met de ‘Heerlijkheid’ een bijzondere vorm van zelfbestuur, die voortduurde tot 1795. In de Franse periode (1795-1813) werd de staatsinrichting van de republiek der Nederlanden volledig veranderd en werden de 'heerlijke rechten' afgeschaft. De huidige eigenaren In 1923 werd de Eese gekocht door Jhr mr. H.A. van Karnebeek, destijds minister van Buitenlandse Zaken. De toenmalige eigenaar, Onnes van Nijenrode, was een koffiehandelaar die in staat van faillissement verkeerde. Vanaf 1943 is het landgoed het bezit geworden van meerdere leden van de familie van Karnebeek. Thans zijn de aandelen in het bezit van de 4e generatie van de familie; 7 neven en nichten. De dagelijkse directie wordt gevoerd door Emilie van Karnebeek, bijgestaan door enkele andere familieleden. Exploitatie van het landgoed Direct na de aankoop van de Eese werd door H.A. van Karnebeek een landbouwbedrijf opgericht, ter exploitatie van het landgoed. Aanvankelijk kleinschalig en beperkt tot de kern van de Eese. Destijds was de strook langs de Westvierdeparten en het Nijenslekerveld nog heide. Het landbouwbedrijf werd in de loop der jaren langzamerhand uitgebreid, waarbij de heide (aanvankelijk nog handmatig) werd ontgonnen. Het Nijenslekerveld aan de Drentse zijde van de Eese werd pas in de jaren 1948-1950 voor de landbouw gereed gemaakt. Door de schaalvergroting van het landbouwbedrijf (in de jaren '60 was reeds 270 ha landbouwgrond in gebruik) werd een economisch rendabel perspectief geboden. Met het oog op de continuïteit werd in 1994 de Exploitatiemaatschappij de Eese BV opgericht, die de landbouwgronden exploiteerde en die deze huurde van de kort daarna opgerichte Natuurschoonwet BV Landgoed Heerlijkheid de Eese. Door deze fiscaal-juridische constructie werd verdere eigendomssplitsing voor vererving na het overlijden van eigenaren voorkomen, waardoor de Eese duurzaam kon voortbestaan als familielandgoed. Een nieuwe toekomst?
Vanwege
onvoldoende
toekomstperspectief
in de
akkerbouw,
is in 2004
besloten om
het
akkerbouwbedrijf
te
beëindigen.
In 2005 zijn
de laatste
machines
verkocht en
is men
gestart met
een
heroriëntatie
op de
toekomst. In
2006 is in
nauw overleg
met de
aandeelhouders
een visie
ontwikkeld
voor een
duurzame
toekomst
voor het
landgoed,
gericht op
de creatie
van een
groot
aaneengesloten
natuurterrein
door de
omvorming
van ca. 255
ha.
landbouwgrond.
Momenteel wordt onderzocht of dit plan op alle onderdelen nog haalbaar is, mede in het licht van de recente ontwikkelingen in de landbouw en reacties van belanghebbenden op de visie |
||||||||||||
|
|
|