![]() |
![]() |
![]() |
|
De verklaring van de naam Eese In mijn onderzoek naar de veldnamen op Landgoed Heerlijkheid de Eese, waarmee ik in oktober 2007 ben begonnen, kom ik regelmatig tot verrassende ontdekkingen. Inmiddels zijn van meer dan honderdtwintig locaties veldnamen achterhaald. Hieronder vallen zowel eeuwenoude namen als namen van recentere datum. De Eese kan wat dit betreft als vrij uniek worden beschouwd; terwijl in de vorige eeuw landelijk gezien vele microtoponiemen verdwenen als gevolg van verstedelijking, industrialisatie en niet in de laatste plaats de ruilverkavelingen, zijn op de terreinen van de Eese tot aan het eind van de 20e eeuw namen ontstaan. Dat hield mede verband met ontwikkeling van het landbouwbedrijf die de eigenaar van het landgoed, de familie Van Karnebeek, hier tot voor enkele jaren in stand hield. Het verklaren van de gevonden namen is echter vaak een ingewikkelde aangelegenheid, vooral als het oude namen betreft. Een probleem dat zich hierbij soms voordoet is het feit, dat misvattingen die eenmaal hebben postgevat in de literatuur vaak een hardnekkig verschijnsel vormen. Regelmatig worden bronnen geciteerd door auteurs die vervolgens weer door anderen worden overgenomen, waarbij de essentie vaak als vaststaand wordt aangenomen. Dit blijkt ook het geval met de 'gangbare' verklaring van de naam Eese, die in veel literatuur in verband wordt gebracht met begroeiing met bomen en struiken.
Verificatie
bij Prof.em.
Dr. R.
Rentenaar,
die mij in
mijn vorige
onderzoek
naar de
veldnamen in
de
Koninklijke
Houtvesterij
Het Loo van
advies We moeten de naam 'Eese' in verband brengen met bijeengelegen landbouwgronden. In het hiernavolgende wordt getracht de onjuistheid van de veelvuldig aangehaalde (foutieve) verklaring te onderbouwen, om tenslotte te komen tot de andere, meer aannemelijke opvatting over de naam 'Eese'. In 1227 zou Rutger van der Eze in de slag bij Ane zijn omgekomen. Zijn naam komt voor in de lijst van gesneuvelden die we kennen uit een latere kroniek. In 1241 vinden we de vermelding van ridder Bernhard van der Eze als getuige bij een overeenkomst tussen de bisschop en het klooster Mariënberg.(1)
In 1263
wordt Rudolf
van der Eze
vermeld als
borg en
verwant van
heer Gerard
Klencke, de
oudst
bekende
bezitter van
het goed.
De Eese
De eerste
keer dat een
lid van de
familie aan
het goed
gerelateerd
kan worden,
is in 1340.
In dat jaar
schold
Boldewijn
van der Eze
enkele
De zoon van
Boldewijn,
Frederik van
der Eze, zou
dezelfde
zijn als
Frederik van
Heeckeren
van der Eze.
Maar in 1354
wordt reeds
een Frederik Met dit laatste is wellicht de oorzaak gevonden van het feit, dat men in veel literatuur uitgaat van de verklaring van het woord "Ehze".
In 1371
wordt de 'off
ter Eze'
voor het
eerst als
zodanig
vermeld. In
dat jaar
zien de
eigenaren
van de Eze
de hof nog
als deel van
Mogelijk
heeft de
heerlijkheid
de Eze zich
dus
ontwikkeld
uit één van
de erven,
die we in
Steenwijkerwold
vinden. Een
aanwijzing
hiervoor kan
bovendien
het feit
zijn, dat in
1477 de
bezitters
van de Eze
en de
erfgenamen
van de
Oostenwolde
de marke en
het heetveld
( =
heideveld) Een volgende duidelijke vermelding van de Eese dateert uit 1402, toen het goed 'die Eze mit allen horen toebehoren' door de bisschop van Utrecht aan Herman van Kuinre de jonge in leen werd gegeven. Het goed was dus niet een niet-leenroerig of vrij, eigen goed, maar maakte deel uit van de leengoederen van de bisschop van Utrecht, die tevens landsheer was. Tot het goed de Eese werden ook nog verschillende andere erven gerekend, die alle gesitueerd werden in de buurschap de Eese in het schoutambt Steenwijk. (8)
Daar er geen
enkele keer
de naam
Hese of
Hees
= bos van
laag hout,
struikgewas
of jong
beukenbos,
later
struikgewas
(9)
voorkomt, is
het
onwaarschijnlijk
dat de naam
verband
houdt met
struiken en
bomen, zoals
vele
auteurs,
waaronder
Belonje (10)
en
Bruinenberg
(11),
beweren. De veelvuldig aangetroffen verklaring van 'Ehze' , volgens Bruinenberg (13) afgeleid uit het Latijn, als 'gebied met bosschage, struiken en bomen' moet dan ook terzijde worden geschoven. De naam heeft niets Latijns in zich (14) en de naam Ehze berust hoogstwaarschijnlijk op verwarring met het huis Ehze te Almen, zoals in het voorafgaande is vermeld.
Veeleer
moeten we de
betekenis
van de naam
Eese
afleiden van
het woord 'ees',
nieuwfries 'ies',
dat 'bijeengelegen
bouwland' Gezien het gegeven, dat op de Eese tot 1840 een hunebed heeft gelegen (21), kan worden aangenomen, dat de Eese behoort tot de oudste nederzettings- (dus landbouw-)gebieden van de Kop van Overijssel, daar immers ook de hunebedbouwers al op kleine schaal akkerbouw bedreven.
Harry
Bouwman, 1. Postema, J. Tussen graaf en maire. Bijdragen tot de geschiedenis van Steenwijk en omstreken voornamelijk in de 16e en 17e eeuw. IJsselakademie, Kampen,
1987. p. 185
2.
Gevers,
Jhr.
A.J.
e.a.
De
Havezaten
in
het
Land
van
Vollenhove
en
hun
bewoners.
Uitgeverij
Canaletto/Repro-Holland
BV,
Alphen
aan
den
Rijn,
2004.
p
81.
3. Postema, J. Tussen graaf en maire. IJsselakademie, Kampen, 1987. p. 184 4. Gevers, Jhr. A.J. e.a. De Havezaten in het Land van Vollenhove en hun bewoners. Uitgeverij Canaletto/Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn, 2004. p 81 5. Postema, J. Tussen graaf en maire. IJsselakademie, Kampen, 1987. p. 185 6. Ibidem. p. 184 7. Ibidem. p. 184 8. Gevers, Jhr. A.J. e.a. De Havezaten in het Land van Vollenhove en hun bewoners. Uitgeverij Canaletto/Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn, 2004. p 81 9. Buiks, Chr. Laatmiddeleeuws landschap en veldnamen in de Baronie van Breda. Van Gorcum, Assen, 1997. p. 52
10.
Belonje,
Mr.
J.
De
Eeze
en
het
geslacht
van
dien
naam.
IN:
Verslagen
en
mededelingen
v.d.
Vereeniging
tot
beoefening
van
Overijsselsch
Regt
en
Geschiedenis, 11. Bruinenberg, H. De tijd vertelt, over het leven in de Noordwesthoek. Hovens Gréve, Steenwijk 1959. p. 112 12. Schönfeld, M. Veldnamen in Nederland. Gysbers en Van Loon, Arnhem, 1980. Ongewijzigde herdruk van 1950-2. p 13413. 13. Bruinenberg, H. Wij in Steenwijkerwold, Steenwijk, 1980-2, p. 27 14. Schriftelijke mededeling prof. dr. Rentenaar, 2007
15.
G.
van
Berkel,
en
K.
Samplonius,
Nederlandse
plaatsnamen,
herkomst
en
historie,
2006.
p.
118;
16. Brouwer, Prof. Dr. J.H.(eindred.) Encyclopedie van Friesland. Fryske Akademie/Elsevier Amsterdam/Brussel, 1958. p. 276 17. G. van Berkel, en K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen, herkomst en historie, 2006. p. 118; 18. Rijksarchief Drenthe, Oude Staten Archieven, inv.nr. 239; ook in: Postema, J. Tussen graaf en maire. p. 188; 19. Versfelt, H.J. en M. Schroor. De Franse kaarten van Drenthe en de noordelijke kust, 1811 – 1813. Heveskes Uitgevers, Groningen, 2001. kaart 11
20.
Brongers,
Dr.
J.A.
Air
photography
and
celtic
field
research
in
the
Netherlands.
Rijksdienst
voor
Oudheidkundig
Bodemonderzoek,
Amersfoort,
1976,
p.75,
76,
98, 21. E. van Ginkel, E. Hunebedden Monumenten van een Steentijdcultuur Amersfoort, Abcoude, 1999. p. 199
Te hanteren bronvermelding: Bouwman, H. De verklaring van de naam EeseIn: Historische Mededelingen van de Hist. Vereniging Steenwijk en omstreken. 25e jaargang, nummer 3, augustus 2008. |